słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

zaniepokojony po niderlandzku:

1. betrokken


We waren betrokken bij een verkeersongeval.
Ook gaf hij aan dat hij, net als paus Franciscus, pleit voor een kerk die betrokken is bij de noden van de wereld.

2. ongerust


Maak u niet ongerust.
Er is geen enkele reden om ongerust te zijn.

Niderlandzkie słowo "zaniepokojony" (ongerust) występuje w zestawach:

Maastricht op de fiets door drie landen

3. bezorgd


Als mensen ziek zijn, zullen ze zich bang en bezorgd voelen. Ze voelen dat ze de geest kunnen zien.
Ik ben heel bezorgd om haar!
De post wordt bezorgd voor de middag.

4. verontrust


Veel verbruikers zijn verontrust over de gezondheidsrisco's met genetisch gemanipuleerd voedsel.
We zijn erg verontrust over de toekomst van dit land.

Niderlandzkie słowo "zaniepokojony" (verontrust) występuje w zestawach:

Usłyszane 90

5. betrof