słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

odpowiedz po niderlandzku:

1. antwoorden antwoorden


De studenten konden niet antwoorden.
Kan iemand anders antwoorden?
Ik kan niet antwoorden op die vraag.
Ik zal u snel schriftelijk antwoorden.
De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.
Ge moet nadenken alvorens te antwoorden.
De domste vragen zijn die, waarop ik niet kan antwoorden.
Ik zal binnen drie dagen antwoorden.
Hij was met plezier bereid om te antwoorden op onze vragen in verband met de zaak.
Er bestaan geen domme vragen, alleen domme antwoorden.
Ze kon altijd op alle vragen antwoorden.
Het is moeilijk om op die vraag te antwoorden.
Een van de antwoorden is juist.