słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

pole po niderlandzku:

1. akker akker



Niderlandzkie słowo "pole" (akker) występuje w zestawach:

Taaltalent 4

2. gebied gebied


Zij was een pionier op dat gebied.
De jongere dochter, die het evenbeeld was van haar vader op gebied van goedheid en eerlijkheid, was bovendien een van de mooiste meisjes, die er te vinden waren.
Op gebied van olie hangt Japan af van de Arabische landen.
Een megalopolis is een gebied met een aaneenschakeling van talrijke grote steden met hechte onderlinge relaties.

3. veld veld


Het veld was overwoekerd door onkruid.
Veel insecten tsjilpen op het veld.

Niderlandzkie słowo "pole" (veld) występuje w zestawach:

Holenderski Pole Łąka