słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

pudełko po niderlandzku:

1. doosje doosje


Ze had een klein doosje in haar hand.
Op een mooie lentedag, toen Jan in de zandbak in de achtertuin aan het graven was, vond hij een klein doosje. In het doosje zat een blinkende stiletto met een geheimzinnig opschrift.

2. het doosje het doosje



Niderlandzkie słowo "pudełko" (het doosje) występuje w zestawach:

slowka rozne

3. de doos de doos