słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

mój po niderlandzku:

1. mijn


Mijn fout.
Tijdens mijn verblijf in Engeland keek ik vaak in de reisgids.
O jeetje... zuchtte Al Sayib. "Nou, hoeveel heb je nodig? Er staat iets van 10 mille op mijn offshore rekening te staan."
Als Bob mijn raad gevolgd had, zou alles nu in orde zijn.
's Morgens was ik mijn haar niet met shampoo.
Soms ga ik lopend naar het werk en soms op de fiets, want ik woon heel dicht bij mijn werk.
Ik was bijna tien toen mijn ouders mij een wetenschapsset cadeau deden voor Kerstmis.
Sorry, ik kan jou mijn naam niet vertellen. Het is te onfatsoenlijk.
Als we thuis ruzie hebben, kiest mijn man niet mijn kant maar altijd die van zijn moeder.
Het maakt mijn natuurkundeleraar niet uit als ik de lessen verzuim.
Toen ik zag dat het regende, heb ik mijn paraplu gepakt.
Tijdens mijn zwangerschap had ik bloedvergiftiging.
Ik ben maar één werkdag weggeweest vanwege een verkoudheid en er liggen stapels papier op mijn bureau.
In mijn vrije tijd luister ik dikwijls naar muziek.
Ik wil dat je op me wacht totdat ik klaar ben met mijn werk om zeven uur.

Niderlandzkie słowo "mój" (mijn) występuje w zestawach:

svet lekcja 3