słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

znajdować po niderlandzku:

1. vinden vinden


Kan je het vinden?
Vinden andere mensen me leuk?
Degenen die vorken of stokjes gebruiken, vinden mensen die dat niet doen vaak onbeschaafd.
De jongere dochter, die het evenbeeld was van haar vader op gebied van goedheid en eerlijkheid, was bovendien een van de mooiste meisjes, die er te vinden waren.
Ik heb het nog niet gezocht; als ik met mijn werk gedaan heb zal ik mijn uurwerk zoeken, maar ik vrees dat ik niet meer zal vinden.
Priemgetallen zijn als het leven, ze zijn helemaal logisch, maar het is onmogelijk er regels voor te vinden, zelfs als je al tijd wijdt aan het nadenken erover.
Om iets te vinden over de radio-uitzendingen in Esperanto kan je zoeken in de Esperanto-tijdschriften, of op het internet.
vind, vindt, vinden; vond, vonden; ik heb gevonden
Op dezelfde manier zou een Rus niets grappigs vinden aan een mop, waarvan een Engelsman niet bijkomt van het lachen.
Zo zult ge nieuwe vrienden vinden in veel verschillende landen.
Er is een hoop fantasie nodig om nieuwe zinnen te vinden om hier toe te voegen.
Mensen die vinden dat men zich niet moet opwinden over kleinigheden hebben nog nooit een vlieg in hun slaapkamer gehad.
Om hun weg in het bos te vinden, hebben toeristen een kompas nodig.
Om wat informatie te bekomen over Japans economische problemen, zult ge dit boek heel nuttig vinden.
Vrouwen vinden mannen leuk die hen zich speciaal laten voelen.

Niderlandzkie słowo "znajdować" (vinden) występuje w zestawach:

500 czasowników po niderlandzku 251 - 300