słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

obiad po niderlandzku:

1. middageten middageten


Neemt gij brood als middageten?
Is het middageten klaar?
Hebt ge al middageten gehad?
Na het middageten keken we tv.
Moeder maakte ons middageten klaar.
Moeder heeft boterhammen met kaas voor ons klaargemaakt voor het middageten.
Gewoonlijk neem ik dessert na het middageten.
Het is tijd voor het middageten.

Niderlandzkie słowo "obiad" (middageten) występuje w zestawach:

od rozrywki do jedzenia