Promocja 50% na megapacki na komórkach, żeby skorzystać zainstaluj aplikację ( / )

słownik polsko - niderlandzki

język polski - Nederlands, Vlaams

obecnie po niderlandzku:

1. momenteel momenteel


Tom kijkt momenteel geen tv.
Veel mensen willen momenteel hun huis verkopen.

2. nauwelijks nauwelijks


Ik kan u nauwelijks horen.
Ik heb nauwelijks iets gezien.
Haar moeder had haar nauwelijks opgemerkt, of ze schreeuwde haar toe: "Wel, mijn kind?"
Ik heb nauwelijks nog wat geld over.
Hij bezit nauwelijks 100 dollar.
Ik kan zijn verhaal nauwelijks geloven.
Hij werd zo arm geboren dat hij nauwelijks naar school geweest is.
Hij kan nauwelijks zijn naam schrijven.
We hebben nauwelijks genoeg tijd om te ontbijten.
De sneltrein reed zo snel voorbij, dat we hem nauwelijks zagen.
Hij hangt maar de redenaar uit, maar raakt nauwelijks de onderwerpen aan die belang hebben voor het examen.
Het regent nauwelijks.
Hij kent haar nauwelijks
Nederland heeft helemaal geen bergen en het heeft nauwelijks heuvels 2 Ze waren nauwelijks thuis of ze begon weer ruzie te maken